Voorontwerp van wet wil regels overheidsopdrachten sterk vereenvoudigen

Op 30 april 2026 keurde de ministerraad een voorontwerp van wet goed dat de regels rond overheidsopdrachten sterk wil vereenvoudigen.

Het voorstel vertrekt nu naar de Raad van State voor advies, en van een wetswijziging is nog (lang) geen sprake. We kijken niettemin – streng maar rechtvaardig  – nu al eens naar wat de ministerraad zoal voor ogen heeft:

  • De drempel voor de opdrachten van beperkte waarde zou stijgen van 30.000 euro naar 75.000 euro, met als goed te keuren uitgave 90.000 euro. Vergelijken we dit met de drempel van 8.500 euro, zoals die zo’n 10 jaar geleden nog gold, dan is dat een enorme aanpassing;

  • Opdrachten met een geraamde waarde van 3.000 euro zouden ‘rechtstreeks gegund’ kunnen worden, als de goed te keuren uitgave minder dan 3.600 euro bedraagt. Hoe dit voorstel zich zal verhouden tot de wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, is ons (nog) niet duidelijk;

  • De regeling voor gelegenheidsaankopen die al voorzien was in de bijzondere sectoren, zou worden uitgebreid naar de klassieke sectoren. Inderdaad: artikel 42, § 1 van de wet laat toe dat de Koning bepaalt in welke gevallen een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking wordt gebruikt voor de levering van gelegenheidsaankopen. Tot nader order heeft de Koning die bevoegdheid niet gebruikt. Denkt men aan de levering van tweedehands voertuigen en machines, al dan niet aangeboden via online verkoopplatformen?

  • De eisen inzake de elektronische handtekening zouden wijzigen. Eerder werd al gesproken over het verplicht aanbieden van een regularisatiemogelijkheid. Als de ministerraad in die richting denkt, dan sluit het zich aan bij de visie van de Vlaamse Regering. Die keurde laatst een voorontwerp van decreet goed dat een wijziging aan het Bestuursdecreet vooropstelt. Overheidsinstanties zouden de mogelijkheid krijgen om bonafide vergissingen van burgers te herstellen, en waar nodig dan af te wijken van procedurele regels, vormvereisten of termijnen. Dit federale voorontwerp van wet lijkt zich in diezelfde logica te laten inpassen…

  • Aanbesteders zouden in de openbare procedure en in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking worden toegelaten om offertes te controleren alvorens tot de selectie over te gaan, met inbegrip van de controle van fiscale en sociale schulden. Dit is reeds ten dele zo: artikel 75 van het KB Plaatsing laat in deze procedures en onder de EU-drempel nu reeds toe tot nazicht van de offertes over te gaan, nadat de fiscale en sociale schulden zijn gecontroleerd;

  • Er zou geen elektronische factuur vereist meer zijn wanneer de opdrachtnemer niet uit een land van de Europese Economische Ruimte afkomstig is of wanneer het gaat om een gelegenheidsaankoop. De uitzondering voor opdrachten geplaatst door autonome overheidsbedrijven wordt opgeheven;

  • De gunning op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding zou worden ingevoerd als standaard wijze van gunning voor opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk of hoger is dan de Europese drempel;

  • De aanbestedende overheid zal worden verplicht om het gebruik van het geïntegreerd UEA mogelijk te maken. Of dit een vereenvoudiging is voor ondernemingen, lijkt ons niet zeker…

  • De verplichting van de aanbestedende overheid om onmiddellijk na de opening van de offertes aan elke inschrijver zijn individuele en voorlopige plaats in de rangschikking mee te delen, zou worden uitgebreid naar alle opdrachten die via een openbare of niet-openbare procedure worden gegund en waarbij de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald. Nu is deze plicht er enkel voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;

  • Er zouden enkele verduidelijkingen worden aangebracht wat de benadering omtrent levenscycluskosten betreft en het voorontwerp zou voorzien in een specifieke bepaling over de korte keten voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten die betrekking hebben op menselijke voeding.

Het voorontwerp is best ingrijpend, en dat is op zich al opvallend. De komende maanden zal de Europese Commissie een eerste voorstel van nieuwe richtlijnen inzake overheidsopdrachten lanceren. Hoewel het voorontwerp zeker zinvolle suggesties bevat, is de timing ervan opvallend.

Wij kijken uit naar het advies van de Raad van State, dat mee zal bepalen hoe snel een wijziging effectief van kracht zal worden.

Wordt dus zeker vervolgd!

Wie vragen heeft over deze mogelijke toekomstige wijzigingen, kan uiteraard steeds bij ons terecht.