Subsidies onder de loep: Grondwettelijk Hof verduidelijkt de criteria voor staatssteun en transparante subsidieverlening

Overheden beschikken over een ruime vrijheid om subsidies toe te kennen. Die vrijheid is echter niet onbeperkt. Bij de uitwerking van een subsidiereglement, subsidieoproep of individuele subsidie moeten overheden niet alleen rekening houden met het Europees staatssteunrecht, maar ook met fundamentele beginselen zoals transparantie en gelijke behandeling. In zijn arrest nr. 86/2026 van 9 juli 2026 brengt het Grondwettelijk Hof hierover belangrijke verduidelijkingen. Het arrest bevestigt enerzijds dat niet elke subsidie automatisch staatssteun hoeft te vormen, maar benadrukt anderzijds dat ook een nominatieve subsidie voldoende objectief moet kunnen worden verantwoord. Voor overheden en subsidieverleners bevat het arrest dan ook enkele belangrijke lessen.

De feiten: een federale subsidie voor Casa legal

Sinds 2023 ontvangt de vzw Casa legal een federale subsidie voor een proefproject inzake multidisciplinaire juridische tweedelijnsbijstand aan kwetsbare rechtzoekenden. De organisatie combineert juridische ondersteuning met psychosociale begeleiding en werkt daarvoor samen met verschillende disciplines.

De federale wetgever kende de subsidie telkens rechtstreeks toe via de begrotingswet. Er werd dus geen voorafgaande subsidieoproep georganiseerd en ook geen vergelijkende selectieprocedure opgezet. De Orde van Vlaamse Balies vocht die regeling aan. Volgens haar werd één organisatie zonder transparante procedure bevoordeeld en was bovendien sprake van verboden Europese staatssteun.

Wanneer vormt een subsidie staatssteun?

Een subsidie is niet automatisch staatssteun. Om onder artikel 107, lid 1, VWEU te vallen, moeten de volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld: de maatregel moet worden gefinancierd met staatsmiddelen en toerekenbaar zijn aan de overheid, een selectief economisch voordeel opleveren, de mededinging potentieel vervalsen, én het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden.

In deze zaak stond vooral die laatste voorwaarde centraal.

Volgens het Grondwettelijk Hof betrof het een lokaal proefproject voor een zeer specifieke doelgroep van kwetsbare rechtzoekenden. De dienstverlening vereiste bovendien een intensieve persoonlijke begeleiding. In die omstandigheden achtte het Hof het niet aannemelijk dat de subsidie buitenlandse organisaties zou ontmoedigen zich in België te vestigen of dat rechtzoekenden uit andere lidstaten hierdoor zouden worden aangetrokken.

Omdat het handelsverkeer tussen de lidstaten volgens het Hof niet merkbaar kon worden beïnvloed, ontbrak één van de noodzakelijke voorwaarden voor staatssteun. De subsidie vormde daarom geen staatssteun in de zin van artikel 107 VWEU en moest niet vooraf bij de Europese Commissie worden aangemeld.

Het arrest bevestigt daarmee een belangrijk uitgangspunt binnen het staatssteunrecht: ook wanneer een overheid slechts één organisatie subsidieert, is een concrete beoordeling van alle staatssteunvoorwaarden noodzakelijk. Een selectieve subsidie is dus niet automatisch verboden staatssteun. Dat betekent evenwel niet dat lokale of maatschappelijk georiënteerde subsidies steeds buiten het toepassingsgebied van het Europees staatssteunrecht vallen. De beoordeling blijft sterk afhankelijk van de concrete omstandigheden. Een voorafgaande staatssteuntoets blijft dan ook aangewezen.

Ook subsidieprocedures moeten transparant worden georganiseerd

Minstens even interessant is wat het arrest leert over de organisatie van subsidies.

De Orde van Vlaamse Balies voerde aan dat de federale overheid onmiddellijk één begunstigde had aangewezen zonder voorafgaande oproep of vergelijking met andere potentiële kandidaten. Volgens haar hadden ook andere organisaties de kans moeten krijgen om een gelijkaardig project uit te werken.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde uiteindelijk dat de betrokken begrotingsbepaling ongrondwettig was voor zover zij uitsluitend Casa legal als begunstigde aanwees, omdat een dergelijke exclusieve aanwijzing in beginsel een transparante selectieprocedure vergt, tenzij objectief kan worden aangetoond dat slechts één organisatie het betrokken project kan uitvoeren. Het Hof vernietigde de betrokken bepaling, maar handhaafde wel de gevolgen ervan om redenen van rechtszekerheid.

Die overweging is bijzonder relevant voor de praktijk.

Het Hof benadrukt immers dat een overheid in beginsel een transparante procedure, na voorafgaande bekendmaking, moet organiseren wanneer meerdere kandidaten in aanmerking kunnen komen voor een subsidie. Enkel wanneer bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijze kan worden aangenomen dat slechts één organisatie aan de doelstellingen kan beantwoorden, kan daarvan worden afgeweken.

Hoewel niet elke subsidie dus via een formele subsidieoproep moet verlopen, toont dit arrest aan dat transparantie een steeds belangrijkere plaats inneemt binnen het subsidierecht. Een open procedure vermindert niet alleen het risico op juridische betwistingen, maar versterkt ook de objectiviteit en geloofwaardigheid van het subsidiebeleid.

Wat zijn de risico’s wanneer subsidie- of staatssteunregels worden geschonden?

Een gebrekkig uitgewerkte subsidiemaatregel kan belangrijke gevolgen hebben.

Wanneer een steunmaatregel ten onrechte niet aan de Europese staatssteunregels voldoet, kan de Europese Commissie de steun onverenigbaar verklaren en de lidstaat verplichten de steun, vermeerderd met intresten, terug te vorderen.

Daarnaast kunnen ook nationale rechters of de Raad van State tussenkomen wanneer een subsidie wordt toegekend zonder voldoende transparantie, zonder objectieve motivering of in strijd met fundamentele beginselen zoals het gelijkheidsbeginsel.

Een tijdige juridische analyse laat toe dergelijke risico’s vroegtijdig te ondervangen en procedures achteraf zoveel mogelijk te vermijden.

Wat betekent dit arrest voor overheden en subsidieverleners?

Dit arrest onderstreept dat overheden reeds bij de voorbereiding van een subsidie enkele fundamentele vragen moeten beantwoorden.

Is werkelijk sprake van een subsidie of eerder van een overheidsopdracht? Kan de maatregel als staatssteun kwalificeren? Is een voorafgaande aanmelding bij de Europese Commissie vereist? Moet een subsidieoproep worden georganiseerd of kan een nominatieve subsidie objectief worden verantwoord? Door die vragen vooraf zorgvuldig te analyseren en de gemaakte keuzes degelijk te motiveren, kunnen heel wat juridische risico’s worden vermeden.

Juridische begeleiding bij subsidies, subsidierecht en staatssteun

Tender Law beschikt over een doorgedreven expertise in het subsidierecht, het Europees staatssteunrecht en het overheidsopdrachtenrecht. Wij begeleiden federale overheden, gewesten, lokale besturen, intercommunales, universiteiten, zorginstellingen en ondernemingen bij de uitwerking van subsidiereglementen, subsidieoproepen, nominatieve subsidies, projectsubsidies en andere steunmaatregelen.

Onze bijstand omvat onder meer de toetsing aan artikel 107 VWEU, de toepassing van het Europees staatssteunrecht, de organisatie van transparante subsidieprocedures en de afbakening tussen subsidies en overheidsopdrachten.

Wenst u een subsidie(reglement), subsidieoproep of steunmaatregel juridisch te laten toetsen? Ons team helpt u graag verder.

Meer weten?

Raadpleeg hier het volledige arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 86/2026 van 9 juli 2026 – ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.086).